MINT LAB stimulans voor grensoverschrijdend natuur & techniekonderwijs Achterhoek

14 juli 2017 Trends

In de Duits- Nederlandse grensregio zijn te weinig vakmensen in de natuurwetenschappelijk-technische beroepen. Het project ‘MINT LAB auf Schlössern / in kastelen’, draagt bij aan de oplossing hiervan door high tech onderwijs en historie te combineren. Tot 2021 is er bijna 650 duizend euro beschikbaar voor dit grensoverschrijdend natuur & techniekonderwijs.

MINT verbinden met cultureel erfgoed
Door de MINT-vakken (mathematiek, informatica, natuurwetenschap en techniek) te koppelen aan historische locaties in de EUREGIO, wordt een brug geslagen tussen techniek uit het verleden en technische toepassingen van de toekomst. De buitenschoolse leslocaties bestaan uit ‘fieldlabs’ in kastelen, kloosters en monumenten in de grensregio. Zo’n 3000 scholieren maken op een experimentele en toegankelijke wijze kennis met de MINT vakken, om hun interesse in een natuurwetenschappelijke of technische studierichting te stimuleren.

Buurtaal is sleutel tot succes
In totaal staan er 144 grensoverschrijdende projectdagen gepland. Scholieren uit Duitsland en Nederland voeren gezamenlijk experimenten uit en nemen deel aan rondleidingen. Naast technisch vernuft en cultureel besef staat daarmee ook het sociale aspect centraal. Ontbrekende kennis van de buurtaal is vaak een grote barrière voor een baan over de grens. Door in koppels samen te werken, leren de scholieren elkaar persoonlijk kennen en gaan zij de buurtaal beter beheersen.

Achterhoekse scholen doen mee
Regio Achterhoek is in dit project de Nederlandse partner van de Duitse leadpartner, de Andreas Mohn Stiftung, en zorgt vooral voor verbinding naar Nederlandse onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Deelnemende scholen in de Achterhoek zijn onder anderen het Ulenhofcollege in Doetinchem, het Gerrit Komrij College in Winterswijk en Christelijk College Schaersvoorde in Aalten. Projectdagen in de Achterhoek vinden plaats in de DRU-fabriek en Kasteel Vorden.

INTERREG-subsidie
Het project ontvangt in het kader van het INTERREG-programma “Deutschland-Nederland” zo’n 325 duizend euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Naast de Europese Unie dragen ook de nationale INTERREG-partners en de regionale projectpartners uit Gelderland en Overijssel en de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen bij aan de financiering. Daarmee komt de totale investering in het project op ca. 650 duizend euro.