Tijd voor een nieuwe slogan

31 augustus 2016 Arnold Poelstra | EY | Belastingadviseurs LLP

Ik woon in Enschede. Dat betekent dat de naar fraude neigende ellende met FC Twente in zijn volle omvang op mijn woonomgeving neerdaalt. Ik ben ook belastingadviseur. Dat betekent dat de publieke opinie rondom de Panama Papers in zijn volle omvang op mijn werkomgeving neerdaalt. De OESO dwingt ondernemers tot transparantie over hun (internationale) winstverdeling omdat multinationals een gemiddelde belastingdruk hebben die onaanvaardbaar laag zou zijn. Fraude, of de schijn van fraude en belastingontduiking lijkt overal om ons heen aanwezig te zijn. Als dat jouw wereld is, ga je dan niet denken dat alle instellingen en ondernemers erop uit zijn om, ten behoeve van hun eigen portemonnee, de boel te flessen? Is het dan zo gek dat belastingambtenaren achterdochtig worden bij de uitoefening van hun werkzaamheden? Nee, gek is dat niet, goed en terecht is dat evenmin.

Laten we wel wezen. De openbaringen die bekend staan onder de naam Panama Papers laten zien dat er een dunne scheidslijn bestaat tussen legale belastingontwijking en keiharde ontduiking. Voor het publiek is het echter allemaal hetzelfde; ‘zakkenvullerij’. Welke klanten van Mossack Fonseca hulp hebben gekregen bij het ‘tax efficient’ opzetten van hun internationale structuur en welke bewust hebben gepoogd om de lokale belastingdiensten pootje te lichten, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Doet er ook niet toe. Wat er wel toe doet is het publieke sentiment dat dergelijke dossiers met zich meebrengt. En wat er voor ondernemers nog meer toe doet, is het sentiment dat bij de belastingambtenaren (opnieuw) ontstaat. Daar heeft u last van.

In de afgelopen weken ben ik een paar keer geconfronteerd met controles door de belastingdienst bij gewone ondernemers. Geen transfer pricing issues of ontwijkingsstructuren. Nee, gewoon nationaal opererende ondernemers met een Nederlandse administratie. De wijze waarop de controlerend ambtenaren deze ondernemers tegemoet traden, heeft mij verbaasd. Voor het eerst in jaren werd ik weer geconfronteerd met controleurs die een ongezonde achterdocht koesterden jegens ‘de klant’. Deze achterdocht vond zijn weerslag in de bespreking van de controlebevindingen. Gevolg: een gefrustreerde belastingplichtige. Vervolgens werd een controleverslag opgesteld met een, soms, tendentieuze woordkeuze. Gevolg: een boze belastingplichtige. Als laatste werden de correctievoorstellen uit het verslag vervat in navorderings- en naheffingsaanslagen met boete. Gevolg: een nog meer gefrustreerde belastingplichtige. Bijkomend gevolg zou kunnen zijn dat de, aanvankelijk genuanceerd opererende belastingplichtige die vooral bezig was met zijn business, uit ‘wraak’ een compleet andere houding gaat aannemen jegens de fiscus. Tax follows the business. Zo hoort het. Maar als de ‘taks’ als onredelijk wordt ervaren (door bijvoorbeeld een onnodig frustrerende controle) wil de ‘taks’ nog wel eens voor de business gaan. Dan is het ‘succes’ van de belastingcontrole ineens van korte duur. De maatschappelijke schade wordt dan groter en daar is niemand mee gediend. Ook de ondernemer niet. Die wil ondernemen en niet bezig zijn met dure randverschijnselen als belastingheffing. Het moet van twee kanten komen. Belastingdienst; pas jullie slogan aan. Immers, leuker kunnen jullie het niet maken; redelijker maken we het samen.

Wilt u in contact komen met Arnold Poelstra of wilt u zijn overige columns lezen? Kijk dan op zijn eigen columnisten pagina.