U moet aan het werk van de OECD

16 februari 2016 Arnold Poelstra | EY | Belastingadviseurs LLP

Het bedrijfsleven in Nederland wordt steeds internationaler. Ook binnen het mkb. Dat begint vaak met een enkele buitenlandse klant maar het smaakt al snel naar meer wanneer de markt buiten Nederland niet alleen groter blijkt te zijn maar ook nog eens de kans biedt op (op langere termijn) betere marges. Commerciële drempels zijn er zeker. Het veroveren van een nieuwe marktpositie in een buitenland kost tijd en geld. Echter, dat is een terrein waar de meeste ondernemers zich nog wel vertrouwd weten. Dat is wel ‘hun ding’. Wat zeker niet ‘hun ding’ is maar het noodzakelijkerwijs wel gaat worden, is belastingheffing over de landsgrenzen heen. In eerdere columns heb ik aandacht gevraagd voor versimpeling van internationaal zakendoen op fiscaal terrein. Daar stond ik niet alleen in. Ook de OECD heeft onderkend dat de wereld is veranderd en een niet goed op elkaar afgestemd systeem van fiscale heffingen bij grensoverschrijdend verkeer ernstig verstorend kan werken.

Onlangs heeft de OECD dan ook een raamwerk van vijftien maatregelen openbaar gemaakt die, met elkaar, ervoor moeten zorgen dat u, als ondernemer, weet waar u aan toe bent wanneer u inkoopt,  bij- of verkoopt aan uw buitenlandse dochtermaatschappijen of vaste inrichtingen, zonder dat de verschillende landen over dezelfde winst belasting heffen. Dit hele project heet BEPS. De afkorting staat voor Base Erosion and Profit Shifting. Vrij vertaald: ‘Het ervoor zorgen dat ieder land zijn deel krijgt en winsten niet ongelimiteerd de hele wereld over kunnen worden geschoven zonder dat er enige belastingheffing plaatsvindt.’ Niemand zal tenslotte de publieke onrust zijn ontgaan rondom de fiscale strategieën van de Starbucks en Apples van deze wereld.

Nu wil ik het mkb niet vergelijken met deze internationale giganten, maar vergis u niet in de impact die de BEPS maatregelen hebben op ieder bedrijf dat te maken heeft met vestigingen in het buitenland. Er wordt van u gevraagd om te documenteren welke (interne) verrekenprijzen u hanteert, hoe u daarbij bent gekomen en waarom u van mening bent dat deze prijzen zakelijk zijn. Nu was dat eigenlijk altijd al wel zo, maar de praktijk redde zich vaak met een ‘begin van een onderbouwing’ en dan kwam men daar met de belastingdienst vaak wel uit. De roep om meer afstemming en transparantie is echter groot dus het oude basic systeem gaat in de toekomst niet meer volstaan. Daar moet u dus mee aan het werk om te voorkomen dat de hoge, al aangekondigde boetes in gevallen dat het niet voor elkaar is, worden opgelegd.

Een tweede onderdeel dat u wellicht gaat raken is de Innovatieboxtoepassing. Ondernemers zonder patentposities waarvoor het loket voor de innovatiebox ‘slechts’ de WBSO was, zouden die faciliteit zo maar eens kunnen gaan verliezen. Bestaande afspraken zullen, naar verwachting, worden gerespecteerd, dus probeer deze afspraken te verlengen. Verlenging tot 2018 is te doen. Er zijn zelfs gevallen bekend waarin ondernemers afspraken hebben weten te maken tot en met 2021…

Doe uw best. Hier is nog wel iets te verdienen.

Wilt u in contact komen met Arnold Poelstra of wilt u zijn overige columns lezen? Kijk dan op zijn eigen columnisten pagina.